Dagboek van een psycholoog - Opnieuw papa
Hier zit ik dan.
Met een baby in mijn armen van minder dan 24 uur oud, die zijn oogjes opendoet en me aankijkt met een argwanende blik.
Wie ben jij, en ga jij wel voor mij zorgen? Ik neem hem vast en leg hem bij me.
Een baby die past op mijn onderarm, en met een gewicht dat, in vergelijking met zijn broer, een peulenschil lijkt.
Een baby die ontspant als hij mijn stem hoort of mijn aanwezigheid voelt.
Een baby die gerustgesteld wil worden.
Een baby waarmee ik als enige papa op de materniteitgang rondwandel. (Wie wist dat niemand dat nog deed sinds corona). Zachtjes neuriënd en vertellend wat ik zie.
Wat doet Rune toch met mij?
Zijn broer had eenzelfde effect, maar toch.
Van nestdrang tot schoothang, ik heb het allemaal. Alles moest in orde zijn, van geboortekaartje tot geboortelijst tot kinderkamer. Alles zodat mama kon genieten van zwanger zijn en nu van de baby.
Ik geniet van de protjes, en de boertjes, en zelfs de kleine weentjes. Van de kleinst denkbare flesjes en sokjes.
Ik besef hoeveel geluk we hebben. Wandelend op de gang kom ik een levensboom tegen, met de blaadjes met namen van alle geboren kindjes. En enkele vlindertjes. Ook wij weten wat het is om de hoop te verliezen. Ik knuffel Rune nog eens extra hard.
Bij Ubbes geboorte wilde ik het goed doen, en ik bleek gelukkig een vadersinstinct te hebben om me daarin te ondersteunen. Maar god, teruggekeken wist ik niet wat ik deed. Niet dat ik iets fout deed, maar ik keek meer naar wat ik moest doen dan gewoon te kijken.
En dat gevoel heb ik nu wel. Ik kijk. Ik ben rustig. In het moment. Ik kijk naar Rune en kan overbrengen wat hij nodig heeft. Ik ben hier voor hem. Niet om papa te spelen, maar oprecht te zijn.
Ubbe, en nu ook Rune, plaatsen dingen in perspectief. Een uitpuilende agenda? Bijzaak. Nieuwe uitdagingen? Leuk, maar niet essentieel.
Ik merk dat dit weer een stap is in mijn leven. Nog meer belang hechten aan zijn, in plaats van aan doen. Genieten van kleine dingen. Een naambord voor de deur waarvan ik smelt als ik het zie. Een wippertje dat al meer dan 2 jaar opgeslagen zat, weer klaarzetten. En niet kunnen wachten tot ik Rune er mag inzetten. Ubbe zien omgaan met zijn broertje, o zo voorzichtig en zacht. Die vraagt om hem op schoot te mogen nemen en dat niet beter kan doen.
Die twee zoontjes van mij, ik ga er nog mee afzien. Op de best mogelijke manier. Zij leren me om naar mezelf te kijken en keuzes te maken. Ze leren me vragen stellen over wat echt moet. Over de kracht van samen niets belangrijk doen.
Ik hoop oprecht dat ik die twee kereltjes altijd kan bieden wat ze nodig hebben, en dat ze me blijvend laten nadenken. Een heel leven lang.
God, wat ben ik graag papa. En nu zelfs dubbel zo graag.
tot niet te snel
Jeroen