Jeroen Prossé, Klinisch psycholoog, seksuoloog & narcisme expert

Zie elkaar verdomme graag

Dagboek van een psycholoog

Deze tekst moet er even uit.

 

Mijn oren gevuld met vergeetmuziek, zodat ik geen gedachte verspil.

Focus op mijn vingers op het klavier.

 

De afgelopen 72 uur is er zo veel veranderd. Niet rechtstreeks voor mij (of toch), maar vooral in mijn omgeving.

Mijn realiteit en bijbehorende kijk op het leven werden duchtig door elkaar geschud.

 

Ik begin zoals een typisch horrorverhaal moet starten.

Idyllisch en helemaal niet vervuld van de mentale terreur die later de tijd zou overstemmen.

 

Tijdens een heerlijke sushibijeenkomst vertelde één van mijn beste vriendinnen mij een horrorverhaal.

Een verhaal waar ze al veel te lang onder leed en dat ze zoveel mogelijk trachtte te maskeren.

Maar achter de schermen liep ze leeg, leed ze, zoekende naar een naam voor haar medische ‘pedigré’.

 

Je kan je al invoelen, dit soort zoektochten eindigen zelden met een  ‘dit lossen we even op, mevrouw’.

En zo geschiedde. Het verdict? Een zeldzame, genetische fout, een bindweefselstoornis.

Symptoombestrijding.

Geen verhelpen aan.

 

Fuck.

 

Een lelijke, gemene aandoening die eindigt op een plaats waar je je ergste vijand niet wil naartoe wensen.

 

Mijn vriendin vertelde het me met tranen én opluchting in haar ogen.

Ze was blij dat ze het me eindelijk kon vertellen (nota bene na een overvolle camion aan aandacht voor een overbeladen vriend).

 

Ik luisterde terwijl mijn ogen zich vulden en voelde haar eenzaamheid.

Eenzaamheid in haar pijn, in haar zoektocht.

Eenzaamheid in haar toekomst.

 

De avond vulde zich vanaf dat moment met warmte en pure vriendschap, voor sushi was geen emotionele noch fysieke ruimte meer. 

Tussen de check-ins van de serveuse door, spraken we over wat vriendschap en het leven betekend, voor ons.

Over de keuzes die we maken en de onbegrepen vanzelfsprekendheid waarmee onze verbinding zich in stand houdt.

 

Het was mijn enige wapen én verdediging tegen het besef: “Dit komt fucking dichtbij.”.

 

En dat maakt mij bang.

 

Het gaat om een overdonderend intelligente en créatieve vrouw, met een levenswijsheid en moreel kompas om U tegen te zeggen. Iemand die zo puur is in haar voelen en haar spreken. Iemand die leeft met een intensiteit die lijkt op mijn eigen intensiteit.

Ik kan u verzekeren, dat maakt bang. Dit had ik kunnen zijn, als de spreekwoordelijke genetische lotto anders ‘gewonnen’ was. En ik weet niet of ik de gratie zou hebben van mijn vriendin.

Ik zou roepen, schreeuwen, moorden desnoods om die vloek van me af te schuiven. En zij zat daar. Wijs als ze is: ‘Ik geef nog niet op he’.

 

De avond sluit zich om de energiebalans nog enigsinds te bewaken en ik rij naar huis met een ontzet gevoel.

 

Hoe kwetsbaar is het leven?

 

Moest u denken: “Aah, hier stopt het dan!”, dan moet ik u danig teleurstellen.

Nog net geen 24 uur laten, vlak voor het opkrassen uit de zetel om deze te verruilen voor een zaligmakende slaap, check in onvermoedend zijn mijn gsm. (Slechte gewoonte, ik weet het. Niet de focus van dit schrijven.)

 

Eén bericht.

Van die andere hele goede vriendin van ons trio.

 

Eéntje berichtje lichte op.

Twee zinnen.

Ik kon ze lezen zonder het bericht open te doen.

 

Parafrasering: “Mijn mama is onaangekondigd en onverwacht gestorven”.

 

Fuck.

 

Ik voel via de digitale eentjes en nulletjes de overweldigende beleving aan de andere kant van het oplichtende scherm. Ik ken deze vriendin goed, en ik kan zonder moeite inschatten hoe zijn in een emotionele tsunami zich staande probeert te houden.

Hoe haar wereld is ingestort op een manier die niet te verbloemen valt.

 

Mijn emotionele brein wil in actie schieten, maar mijn therapeutische brein weet het tegen te houden.

Niet de moment.

Ruimte geven.

Er is zoveel nood aan.

 

In de berichten die volgen, lees ik een herkenbaar verhaal, over geregel en geloop.

Herkenbaar, want nog maar kort geleden stond ik in naam van de kleinkinderen van mijn schoongrootmoeder op het spreekgestoelte.

Ik projecteer en denk te weten hoe hard ze eigenlijk wil instorten, maar vasthangt in de praktische realiteit.

 

En mijn vriendin gebruikt een pagina uit de ‘playbook’ van onze driehoeksvriendschap en zegt ‘Ik verwacht niet dat je je in bochten plooit om langs te komen’.

Het hele gesprek van 24 uur geleden schiet door mijn hoofd.

Geen haar op mijn hoofd die de beslissing overweegt om er niet te zijn.

Om mijn vriendin te steunen.

 

En misschien ook, egoistischer van aard, omdat ik de steun die ik wil geven, ook ooit wil krijgen.

In één van de zwaarste momenten van het leven, als je een geliefde ouder af moet geven.

Want dat is een onvermijdelijk, maar ondenkbare, oninvoelbare, onaanvaardbare gebeurtenis, die ik me niet eens kan beginnen bedenken.

 

Ik heb de gewoonte genomen, om bij elke emotioneel litteken dat mij ter ore komt, van ver of van dichtbij, mijn geliefden te zeggen dat ik ze graag zie.

Omdat het niet genoeg gezegd wordt.

Om dat het niet genoeg gezegd KAN worden.

 

Hoe kwetsbaar is het leven.

 

En terwijl ik deze tekst afwerk, speelt er een lied.

Alsof het algoritme geroken heeft waarover ik schrijf.

Het is het overdonderd pure “Kom naar huis” van Hannelore Bedert.

 

Ik sluit graag af met een quote, uit dat bewuste lied.

“Kom naar huis, zodat ik vergeten mag, hoe het voelt, zo zonde(r) “

 

Aan mijn twee vriendinnen: Jullie staan er niet alleen voor.

Aan de rest: zeg aan de mensen die je graag ziet, dat je ze graag ziet.

Herhaal het tot ze het beu zijn.

 

Zeg het daarna nog maar een paar keer.

 

Het is het enige wapen en enige verzet, tegen de horror van het leven.

 

Veel liefs

Jeroen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kleine reminder