Narcisme en de kinderen: Triangulatie tussen de kinderen
Omdat kinderen altijd het grootste slachtoffer zijn
Jeroen Prossé
Zondagavond.
Twee kinderen in dezelfde achterbank, twee heel verschillende verhalen op schoot.
Noor (10) heeft “het beste weekend ooit” gehad: film, pizza, laat opblijven.
Milan (8) is stil en duwt zijn knuffel tegen het raam. “Papa zegt dat Noor altijd zo flink helpt. Ik niet.”
Aan de deur klinkt het net te hard: “Met háár is het zo makkelijk.”
Je voelt hoe de lucht verschuift.
Binnen, in je hal, ontploft het niet, maar er valt wel iets uit elkaar: wij.
Triangulatie tussen kinderen is precies dat: het wij uit elkaar trekken.
Niet openlijk, eerder als trekhaakwerk.
De ene wordt geprezen, de andere gepord.
Complimenten worden kaarten in een spel, geheimen worden paspoorten, berichtjes moeten “even doorgegeven” worden.
Broers en zussen worden figuranten in een evaluatieshow waarvan ze de regels niet kennen.
En jij?
Jij staat met je sleutelbos in de hand en moet kiezen wat je eerst redt: de rust of de waarheid.
In deze blog zet ik graag het kind centraal.
Ik leg uit wat triangulatie is, hoe het voelt in een kinderlichaam en hoe je in je eigen huis de as terug naar samen draait—warm in toon, stevig in kader.
Hoe begint triangulatie?
Triangulatie begint zelden met ruzie; het begint met vergelijkingen.
“Noor is mijn topper.”
“Milan moet leren doorzetten.”
Dan volgt rolverdeling: een golden child dat “begrijpt” en een scapegoat dat “moeilijk” is.
Soms wisselt de rol wekelijks—ook dat is deel van de verwarring.
Geheimen met één kind (“ons ding”) creëren afstand tot het andere.
Het kind dat de gunst heeft, voelt druk om de kroon niet te verliezen.
Het kind dat buiten valt, voelt schaamte en hunkert naar een eerlijke audit die nooit komt.
Beiden verliezen.
De band tussen hen wordt dunner, want elke nabijheid kan tegen hen gebruikt worden.
Kinderen die zich moeten bewijzen, gaan vaak harder praten of stiller worden; soms tegelijk.
En vanbinnen?
Binnenin ziet het er zo uit: een lijf dat aan gaat bij elk compliment dat niet voor jou is.
Een hoofd dat lijstjes maakt: wie was “goed”, wie “lastig”?
Een hart dat kleiner wordt bij elke boodschap die je moet doorgeven.
Loyaliteit wordt een rekbaar elastiek, tot het knapt op de raarste momenten: ruzie om een potlood, traantjes bij het slapen.
Triangulatie is emotionele filevorming: veel beweging, geen vooruitgang.
De aanpak van triangulatie?
Wat doe je thuis, op maandag 19:00, als jij de enige bent die aan de verkeerslichten kan prutsen?
Je begint met het zetten van het toneel.
Rust, ritme, relatie—het klinkt saai en dat is precies de bedoeling.
Saai is goed.
Jassen aan de kapstok.
Water.
Iets kleins te eten.
Geen kruisverhoor aan de deur; de ruimte moet eerst landen.
Je merkt je eigen lijf op, voelt je schouders zakken, kiest de toon waarmee je het huis “terug normaal” maakt.
Het gewone is je houvast.
Daarna schuif je taal naar voren die geen kamp maakt.
Je spreekt met wij-zinnen die begrenzen zonder te prikken.
“Hier vergelijken we broers en zussen niet.”
“Volwassen boodschappen gaan niet via kinderen.”
“Geheimen die mij als ouder uitsluiten, doen we niet; geheimen die verjaardagen leuk maken, mogen wel.”
Zo duidelijk mogelijk, zo kort mogelijk.
Niet als preek, maar als huisregel die rust maakt.
Je kiest momenten om het te herhalen—liefst niet midden in tranen, liever op een kalm moment waarop iedereen het kan horen zonder wapperend zenuwstelsel.
Wat nog?
Kinderen hebben rituelen nodig die de wij-spier trainen.
Je kunt er twee bouwen die weinig woorden vragen.
De eerste is een mini-check-in na school of overdracht: ieder kiest één kleur of emoji voor hoe de dag voelt.
Het is verrassend hoeveel ruziepreventie schuilt in “ik ben geel-moe” of “ik ben blauw-stil”.
De tweede is een klein samen-doe-ritueel dat niet te winnen valt: tien minuten bouwen aan één ding, samen koken, een korte wandeling met een zoekopdracht.
Geen competitie, wel coöperatie.
Kinderen leren dat “wij” geen schaars goed is dat je van elkaar moet afpakken.
Wanneer je merkt dat de rollen binnenwaaien—één kind binnen de lijntjes, de ander met vlekken erbuiten—gebruik je herkadering.
Je noemt gedrag zonder label.
“Noor houdt van tempo, Milan van detail. Dat is niet beter of slechter; dat is anders.”
Je voegt er iets concreets aan toe: “Noor zet de tafel, Milan kijkt of de lepels recht liggen.”
Het is klein en praktisch, en precies daarom krachtig.
Je leert hen zien dat verschillen samen een tafel dekken.
Mijn kind de postbode...
En dan zijn er de berichten die kinderen moeten doorgeven.
Triangulatie leeft van postbode-spelletjes.
Stop die beleefd, zonder drama.
“Bedankt dat je dit wilde zeggen. Volwassen dingen lopen tussen volwassenen. Je hoeft het niet te dragen.”
Daarna stuur je zélf één kort, feitelijk bericht naar de andere ouder, in het kanaal dat daarvoor is afgesproken.
Geen bijlages over intenties, geen gissingen over motieven.
Feiten.
Afspraken.
Einde.
Kinderen voelen feilloos of jij in theorie gelooft in rust, of dat je haar ook echt uitvoert.
Wat als de kinderen al botsen? Het kan verleidelijk zijn om waarheid te zoeken—wie begon, wie gelijk heeft.
Triangulatie houdt van rechtbanken.
Jij kiest voor herstel.
Je haalt de tijd eruit: eerst tot tien ademen, water, even uit elkaar.
Dan een korte herverbinding: één minuut iets samen wat niet over de ruzie gaat.
Pas daarna, als iedereen weer een oksel heeft waaruit geen stoom komt, benoem je één feit en één verwachting.
“Er werden harde woorden gezegd. Hier praten we met woorden die niet steken.”
Je laat hen, als het kan, zelf een klein herstelgebaar kiezen: een tekening, iets klaarleggen voor de ander, samen de tafel dekken. Het is niet straf, het is de weg terug naar wij.
Ook voor jou als ouder
Voor jou, als ouder naast een narcistische dynamiek, is dit ook zelfzorg.
Triangulatie blaast stof in je eigen oude scheurtjes: schuld, bewijsdrang, de reflex om liefde te verdienen met perfecte opvoeding.
Je herkent ’m en je kiest een zachtere zin. “Ik hoef niets te winnen; ik bouw grond.”
Jij bent de Zachte Beer: warm in toon, stevig in kader.
Je hoeft niet te shinen; je mag voorspelbaar zijn.
Soms vraag je je af of het genoeg is.
De andere ouder blijft nu eenmaal aan de knoppen draaien buiten jouw zicht.
Toch maakt dit verschil. Je huis wordt een drukregulator: wat opgepompt buiten binnenkomt, zakt hier af.
Niet omdat jij harder trekt, wel omdat je anders trekt.
Je vergelijkt niet, je kader geeft, je taal ontlast.
Met tijd leert het kind dat “liefde” niet hetzelfde is als “aan de juiste kant staan”.
Als je hulp kan gebruiken rond dit thema, kan je je hier aanmelden bij mij of hier bij mijn collega’s.
Zondagavond.
Twee kinderen in dezelfde achterbank, twee heel verschillende verhalen op schoot.
Noor (10) heeft “het beste weekend ooit” gehad: film, pizza, laat opblijven.
Milan (8) is stil en duwt zijn knuffel tegen het raam. “Papa zegt dat Noor altijd zo flink helpt. Ik niet.”
Aan de deur klinkt het net te hard: “Met háár is het zo makkelijk.” Je voelt hoe de lucht verschuift.
Binnen, in je hal, ontploft het niet, maar er valt wel iets uit elkaar: wij.


