Narcisme en de kinderen: Disney-ouderschap ontleed
Lovebombing bij kinderen
Zondag, 18:02.
De auto stopt.
Lio springt met zijn rugzak uit de gordel, nog een
plastic zak erbij die ritselt van cadeaus.
De geur van kermis kleeft aan zijn jas.
“Mama, kijk!” zegt hij met wijdopen ogen.
“We deden lasershoot en pizza op de trampoline en morgen mag ik weer later opblijven want slapen is saai.”
Aan de deur staat ook je ex. Glimlach breed, telefoon in de hand.
Je ziet hem praktisch denken: “Zie je wel hoe gelukkig hij is” terwijl hij naar de auto loopt.
De motor verdwijnt om de hoek, de stilte blijft achter in de hal.
Binnen houdt de adrenaline nog stand tot de sokken uit zijn.
Dan valt het kaartenhuisje in elkaar.
Eerst een snauw omdat de dinosaurus niet op de juiste plank staat, dan tranen zonder zinnen.
“Ik wil terug.”
Twee minuten later:
“Ik wil hier blijven.”
Uiteindelijk komt het echte woord: “Moe.”
Je knikt en maakt een kopje water, legt een warme washand klaar, trekt samen een deken over jullie schoot.
De woonkamer voelt ineens groot en klein tegelijk.
In je zetel liggen 2 verschillende kinderen in hetzelfde lichaam, tot de rand gevuld met zowel pret als onrust en leegte.
Wat hier gebeurt, is geen mysterie en ook geen aanklacht.
Disneyland-ouderschap is lovebombing bij kinderen
Disneyland-ouderschap is lovebombing bij kinderen: veel hoogtepunten, weinig landingsbaan.
Grote gebaren, late bedtijden, alle fastfood van de wereld en selfies met grote woorden op Instagram.
Het ziet er gul en zorgeloos uit; in een kinderlichaam voelt het vaak als een rij pieken zonder ruimte ertussen.
Het zenuwstelsel gaat aan, en vindt geen schakelaar terug.
Thuis ben jij de schakelaar.
Een kind dat van glitter naar (zweverig woord, vergeef me) aarding beweegt, doet dat zelden geruisloos.
De prikkelrest loopt nog na in lijf en hoofd: wiebelige handen, kleiner lontje, ogen die zoeken naar wat vast is.
Dat is geen ondankbaarheid, maar ontladen.
Loyaliteit kan in deze dagen een te groot woord worden in kleine schouders.
Als het bij de ene ouder altijd “fun” lijkt, voelt gewone rust bij de andere soms verdacht als “saai”.
In kindertaal wordt dat al snel goed en fout.
Het kind is ook niet schuldig voor die scheefstand; ze is gewoon het gevolg van veel dóen en weinig landen.
Landen begint in het kleine.
Je merkt dat je eigen lijf ook iets doet: kaak strakker, adem hoger; en je gaat niet in debat met de dag.
Eerst ruimte.
Jassen aan de kapstok.
Water.
Iets kleins te eten.
Geen interview over het weekend.
Je schuift een stille activiteit naar voren, niet als test maar als zachte mat: tekenen, blokken, puzzel.
Tien minuten eenvoudig samen zijn.
Je hoeft niets groots te verzinnen; het gewone kan weer dragen als je het de kans geeft.
Pas daarna komt taal.
Geen cross-examinatie, maar benoemen wat zichtbaar is: “Het was precies veel. Leuk en vermoeiend kunnen naast elkaar.”
Kinderen ademen op wanneer hun binnenwereld een naam krijgt.
Ze moeten niet kiezen tussen jou en de ander; ze mogen kiezen tussen nu praten of later.
Soms komt er alsnog een golfje: “Bij papa mag…”.
Je vangt het best op zonder competitie.
“Leuk is fijn. Hier doen we het rustig aan, zodat je lijfje weer rustig wordt.”
Je verdedigt niet, je definieert.
Dat is zachte kracht.
Cadeaus vragen ook om plek.
Je hoeft de glitter niet te ontmaskeren; je mag haar kaderen.
“Wauw, wat veel. We geven het een plek, en spelen er vandaag een kwartier mee. Morgen weer.”
Je laat zien dat overvloed niet alles tegelijk hoeft te zijn.
Tussendoor merk je dat je zélf ook even naar lucht hapt.
Je binnenstem kan makkelijk naar preken of piekeren schieten.
Je houdt haar warm en kort: ik hoef niets te winnen, ik mag grond maken.
Niet voor Instagram; voor mijn kind.
Rust krijgt vorm door voorspelbaarheid.
Een zichtbaar weekritme op kinderhoogte; wanneer is opstaan, eten, huiswerk, spelen, slapen, …, werkt beter dan tien uitleggen.
“Morgenochtend ruikt het naar koffie en havermout, en we doen gek met rozijnen,” zeg je in de hal.
Zulke kleine voorruitjes zijn kleine herinneringen aan voorspelbaarheid.
Ze leren je kind dat de dag te vertrouwen is, ook zonder lasers en pizza op een trampoline.
Intern navigeer je met wat je wél weet: een kind dat plots “saai” zegt, vertelt vaak “ik ben vol”.
Een kind dat scherpe kantjes toont, vraagt zelden om strengere pret; het vraagt om een zachte rem en een voorspelbare bocht.
Soms voel je de jeuk naar uitleg of tegen-campagne.
Je laat ze best passeren.
Je hoeft niet te bewijzen dat jouw huis warm is; je maakt het warm.
Je hoeft niet te winnen van glitter; je bouwt aan aarding.
Aarding is bedtijd die elke dag ongeveer op hetzelfde moment valt.
Aarding is een telefoon die niet in de slaapkamer ligt.
Aarding is vervelen dat mag, omdat verveling een spier is die verbeelding draagt.
Aarding is een ouder die zichzelf niet verliest in vergelijking, maar terugkeert naar ritme.
Voor kinderen is dat het verschil tussen moeten kiezen en mogen landen.
Het is het verschil tussen plezier als plicht en plezier als iets dat mag komen en gaan.
Het is ook het verschil tussen jij als corrigerende agent en jij als “Zachte Beer’: warm in de toon, stevig in het kader.
Zachte Beer-ouders spreken in eenvoudige zinnen die ruimte maken.
“Welkom thuis.
Eerst water en sokken.”
“We doen één leuk ding en daarna is het avond.”
“Als je wil, vertel je morgen.”
De rest vult het lijf vanzelf aan.
Aan het einde van de avond liggen de dino’s op de plank en zijn de cadeaus uitgepakt.
De klok tikt hoorbaar door.
Jullie lezen één kort verhaaltje, sluiten af een knuffel.
Disneyland-ouderschap is geen diagnose en geen stok.
Het is een scheve verhouding tussen spektakel en veiligheid.
Jij zet ze recht door het gewone weer eer te geven.
Als je merkt dat het in jullie huis toch blijft schuren; slaap die niet pakt, tranen die vastzitten, school die meldt dat schakelen moeilijk blijft… Laat je het niet etteren.
We denken graag mee over een ritme dat past bij jullie leven, met taal die de lasten van kleine (en grote) schouders tilt.
Via het contactformulier kan je je situatie kort schetsen; we vertalen het samen naar een plan dat werkt


