Narcisme en de kinderen - Beslissingen alleen nemen
Omdat kinderen altijd het grootste slachtoffer zijn
Ja hoor,
hier ben ik weer!
Deze keer naar aanleiding van een interessant gesprek enkele maanden geleden.
Over wanneer het meer nut heeft de lasten van het ouderschap bewust op je te nemen op je eigen voorwaarden, in plaats van wat er door de narcist in je schoot wordt geworpen.
Waarom jij beter alleen beslist (ook al zijn jullie officieel co-ouders)
“Jullie hebben toch co-ouderschap?”
“Je moet het samen doen, in het belang van het kind.”
Zinnen die ik wekelijks hoor.
Van hulpverleners.
Van leerkrachten.
Van rechters.
Van vrienden die het goed bedoelen.
En toch… klopt het niet.
Of beter gezegd: het klopt juridisch misschien wel, maar emotioneel, praktisch en psychologisch… wringt het.
Ongelofelijk hard.
Want als jij een betrokken, stabiele ouder bent en je deelt die verantwoordelijkheid met iemand die systematisch manipuleert, saboteert en ondermijnt, dan voelt dat gedeelde ouderschap helemaal niet gelijkwaardig aan.
Dan voelt het als een strijd.
Een toneelstuk.
Een eindeloos pingpongspel met als bal: je kind.
En misschien — heel misschien — is het tijd om die bal niet langer terug te slaan.
De droom van co-ouderschap
Laten we even teruggaan.
Je stapt uit een relatie. Moeizaam. Vol verdriet. Misschien ook schaamte, verwarring, twijfel. Maar je hebt één zekerheid: je kind verdient beter.
Dus je probeert het volwassen te doen. Coöperatief.
“In het belang van de kinderen.”
Je wil niet in het cliché vallen van de vechtende ouders.
En als de rechtbank zegt dat co-ouderschap ‘de standaard’ is, dan stem je toe.
Je maakt afspraken over school, vakanties, medische beslissingen. Je zet alles op papier. Je denkt: Als het duidelijk is, loopt het vast wel.
Maar dan komt de realiteit.
Want met een narcistische co-ouder deel je geen zorg. Je deelt verwarring. Twijfel. Stress.
Je probeert een afspraak te maken voor oudercontact. Geen antwoord. Dan plots, last minute: “Oh, dat gaat niet. Doe jij het maar.”
Je stelt voor om samen een logopedist te zoeken. Je krijgt een boze mail terug over hoe jij denkt dat hij/zij dom is.
Je plant een kamp, stuurt alle info door. Stilte. Pas als je kind enthousiast vertelt over het kamp, volgt er protest. “Je overlegt ook nooit.”
En jij? Jij draait en ploetert.
Je probeert te compenseren. Te overleggen. Te voorkomen dat je kind tussen jullie in komt.
Je houdt je aan de regels — niet omdat het werkt, maar omdat je hoopt dat het op lange termijn iets oplevert. Stabiliteit, misschien?
Maar diep vanbinnen weet je het al:
Dit ís de stabiliteit.
Meer wordt het niet. Minder waarschijnlijk wel.
De prijs van blijven overleggen
Veel gezonde ouders in dit soort situaties houden vast aan het ideaal van samenwerking.
Omdat ze zelf gezond zijn.
Omdat ze willen tonen aan hun kinderen dat je fatsoenlijk met elkaar kunt omgaan, ook na een breuk.
Omdat ze geloven in evenwicht.
Maar wat als die samenwerking alleen in jouw hoofd bestaat?
Wat als elke poging tot overleg je eigenlijk verder uitput, en niets oplevert behalve frustratie?
Wat als ‘samen ouders zijn’ betekent dat jij altijd anticipeert, corrigeert, oplapt?
En wat als je kind, intussen, leert dat één ouder verantwoordelijk is… en de andere alles kan negeren zonder gevolgen?
Dus: neem je ruimte in!
Er komt een punt — meestal na het zoveelste conflict, de zoveelste stilte, de zoveelste schijnbare samenwerking die toch eindigt in sabotage — waarop je denkt: Waarom blijf ik proberen?
En dat is geen teken van falen.
Dat is een teken van helderheid.
Je begint te beseffen: ik doe het eigenlijk al alleen.
Alle echte beslissingen? Die nam jij.
Alle inschrijvingen? Jij deed het werk.
Alle opvolging? Jij volgde op.
Alle stress ook? Jij droeg ze.
En als je eerlijk bent: het zou zoveel rustiger zijn als je het gewoon echt alleen zou doen. Zonder de illusie van overleg. Zonder het schijnoverleg. Zonder telkens te wachten op goedkeuring die toch niet komt, of als machtsmiddel wordt ingezet.
Maar… mag dat wel?
De klassieke vraag.
Nee, juridisch heb je vaak niet het recht om eenzijdig alles te beslissen.
Niet als er gedeeld gezag is.
Maar in de praktijk — en dit is belangrijk — heeft niemand daar baat bij als het kind intussen vastloopt in een warboel van onduidelijkheid.
Het is dus geen pleidooi voor anarchie. Wél voor duidelijkheid.
Kies waar je strijdt. En waar je gewoon handelt.
Bijvoorbeeld:
- Je informeert de school dat jij graag een rechtstreeks aanspreekpunt bent.
- Je neemt beslissingen over logopedie, therapie of kamp en meldt die duidelijk (zonder toestemming te verwachten).
- Je organiseert oudercontacten alleen, en maakt daar geen strijd van.
- Je deelt info per mail, kort en zakelijk — niet om te overleggen, maar om te informeren.
En als er echt iets juridisch moet gebeuren, dan kan je dat aanpakken. Maar niet op elk front, elke week, elke beslissing. Dat hou je niet vol.
De vrijheid van verantwoordelijkheid
Het klinkt paradoxaal, maar het is waar: door meer verantwoordelijkheid te nemen, krijg je meer rust.
Want zolang je blijft hangen in het ‘samen doen alsof’, blijf je telkens botsen op onzichtbare muren.
Je plant, herplant, wacht, duwt, trekt, herstelt.
En daaronder zit vaak schuldgevoel. Want het voelt als falen: “We hadden toch co-ouderschap afgesproken?”
Maar jij faalt niet.
Het systeem faalt.
Een systeem dat ervan uitgaat dat iedereen aan tafel dezelfde intentie heeft.
Dat liefde voor een kind automatisch leidt tot samenwerking.
Dat overleg altijd beter is dan helderheid.
Soms is overleg een val.
Soms is verantwoordelijkheid nemen de enige weg naar echte rust — voor jou én je kind.
En mijn kind dan?
Want dat is natuurlijk je grootste zorg.
Wat leert je kind als jij ‘beslist zonder overleg’?
Dat hangt af van hoe je dat doet.
- Beslis je op een rustige, duidelijke manier?
- Leg je uit waarom bepaalde dingen gebeuren, zonder je ex zwart te maken?
- Bied je veiligheid, voorspelbaarheid en ruimte voor emoties?
Dan leert je kind net iets krachtigs:
Dat één ouder genoeg kan zijn.
Dat stabiliteit belangrijker is dan schijnharmonie.
Dat liefde zich toont in daden, niet in façade-overleg.
Kinderen voelen veel meer dan we denken.
Ze weten precies wie de draagkrachtige ouder is.
Wie er luistert.
Wie zorgt.
Wie het verschil maakt.
Je hoeft die waarheid niet te benoemen. Alleen maar te belichamen.
(voor meer informatie hierrond en een manier om dit te doen: www.detweewereldenvankleinebeer.be)
Tot slot
Je hoeft geen toestemming om het anders te doen.
Je hoeft geen applaus. Geen gelijk. Geen begrip van de andere kant.
Wat je wél nodig hebt:
- Je eigen tempo.
- Je eigen ritme.
- Je eigen regels, binnen de grenzen van wat realistisch en veilig is.
En vooral: je hoeft je niet schuldig te voelen als je beslist om de illusie van gedeeld ouderschap los te laten.
Je doet het namelijk niet omdat je het niet wil.
Je doet het omdat je al te lang hebt gezien dat het niet kán.
Dat is geen opgave. Dat is helderheid.
En helderheid is een cadeau — aan jezelf én je kind.
Tot binnenkort
Jeroen
P.S. extra ondersteuning nodig met dit thema? Klik hier om je aan te melden!

